Dit is de juiste manier om blaren te verzorgen

Nu de zomer om de hoek gluurt, dragen we meer open schoenen en krijgen we ook sneller blaren. Maar hoe verzorg je deze blaren nu? En mag je ze nu openprikken? Alle nodige informatie vind je hier. 

Hoe krijg je een blaar?

Wanneer je te krappe schoenen draagt of te lang rondloopt in gesloten schoenen, ontstaat er wrijving. De bovenste huidlaag schuift met de beweging van de schoen mee, terwijl de onderste huidlaag vrijwel stil staat. Wanneer deze wrijving wat harder wordt dan je huid gewend is, vormt er zich tussen twee huidlagen een soort kussentje van vocht. En dit noemen we een blaar.

Kan je blaren voorkomen?

Probeer zweetvoeten te voorkomen, want deze geven meer kans op blaren. Je kan zweetvoeten bestrijden door je voeten in te smeren met een middel op basis van aluminiumzout. Dit middel kan je gemakkelijk bij de apotheek vinden. Door je droge huid soepeler te maken, kan hij de wrijving beter opvangen. Ook bij hevige activiteiten is het belangrijk om deze langzaam op te bouwen. Ga niet intensief voetballen of tennissen, maar begin eerst rustig op te warmen. Want een vochtige huid is week en kwetsbaar, dus probeer je natte sokken meteen te vervangen door een droog paar. Bepoeder je voeten nadien eventueel met talkpoeder.

Hoe kan je kwetsbare plekken op je huid extra beschermen?

Probeer de wrijving te verminderen. Heb je plekjes die extra gevoelig zijn voor blaren? Dan kan je deze best afplakken met elastische fixatiepleisters of tape. Probeer dit op voorhand of net vooraleer een blaar verschijnt te doen.

Hoe verzorg je een blaar?

Maak je huid schoon met bijvoorbeeld jodium en ontsmet een naald door hem in een vlam te houden en te laten afkoelen. Prik nadien een twee gaatjes tegenover elkaar in de blaar, in de lengte van je voet. Zo kan het vocht er gemakkelijk uitlopen. Druk de blaar vervolgens leer en laat het velletje zitten. Waarom? Omdat je huid de beste pleister is voor een blaar. Als dit allemaal achter de rug is, kan je een pleister over de blaar kleven.

  • Wat is een factor bij zonnecrème?

    Het zonnetje komt stilaan meer tevoorschijn en dat betekent dat we weer mogen smeren! Een goede zonnecrème die je lichaam beschermt tegen de zon is cruciaal. Maar hoe weet je welke crème en factor juist zijn voor jouw huid? En wat betekent dat getal precies?

    Van 10 tot 100

    Factors bij zonnecrèmes gaan van 10 tot 100. Die zonbeschermingsfactor geeft aan hoe goed een crème tegen zonnebrand beschermt. De regel is simpel: hoe hoger de factor, hoe hoger de bescherming. Maar dit is geen garantie dat je niet zal verbranden. Het cijfer is ook afhankelijk van je huidtype, de intensiteit van de blootstelling aan de zon en de zonnekracht. Deze bepalen de factor waar je veilig mee in de zon kan zitten. Hoe gevoeliger je huid, hoe krachtiger de zon en hoe intenser de blootstelling, hoe hoger de factor zal moeten zijn en hoe meer bescherming je dus nodig hebt.

    Soorten huidtypes

    We onderscheiden 4 huidtypes:

    • Huidtype 1: Met dit huidtype ben je heel gevoelig voor de zon. Je hebt een melkwitte huid, ros of lichtblond haar en sproetjes. Na 5 of 10 minuten onbeschermd in de zon door te brengen kan je al verbranden.
    • Huidtype 2: Je bent gevoelig voor de zon, maar niet extreem. Je hebt een bleke huid, blond tot lichtbruin haar en hier en daar wat sproetjes. Je verbrandt na een tijdje in de zon te zitten, maar je kan ook licht bruinen. Zonder zonnecrème aan te brengen verbrand je na 10 à 20 minuten.
    • Huidtype 3: Je bent een beetje gevoelig, maar vrij bestendig tegen de zon. Je hebt een bleke huid, donkerblond tot donkerbruin haar, niet veel sproetjes en je verbrandt niet snel. Je bruint makkelijk in de zon. Zonder bescherming verbrand je na een klein halfuurtje.
    • Huidtype 4: Je bent vrij bestendig tegen de zon. Je hebt een getinte huid, donkerbruin tot zwart haar en je verbrandt zelden. Bruinen doe je dan weer zeer snel. Je verbrandt pas na een dik halfuurtje tot 45 minuten.

    Kracht van de zon

    De zonnekracht wordt weergegeven via een UV-index. Deze start met 0 en eindigt met 11. Hoe hoger de index, hoe gevaarlijker de zon en hoe groter het risico op oog- en huidproblemen. Zonnebrand geeft niet alleen ongemakken bij het verbranden (zoals roodheid, pijn, vervellen ...) maar geeft op lange termijn ook DNA-schade die verantwoordelijk zijn voor huidkanker.

    Soorten factoren

    Je hebt 4 soorten beschermingsfactoren:

    • Laag (factor 6-10)
    • Gemiddeld (factor 15 tot 25)
    • Hoog (factor 30-50)
    • Zeer hoog (factor 50+)

    Als je een 'normale' huid hebt, ben je voldoende beschermt met een 'gemiddelde factor'. Hou ook rekening met het volgende: een zonnecrème met een factor hoger dan 50 geeft geen extra bescherming. Voor baby's en kleine kinderen is het dan wel weer aangeraden.

    Let ook op het seizoen en de geografische zone als je een factor kiest. Deze kunnen variëren naargelang waar je je bevindt. Ook als je aan een bepaalde ziekte lijdt, vraag je best eens na welke factor je precies moet gebruiken bij het smeren van zonnecrème.

    Intensiteit van de zon

    Ten slotte heb je ook 3 soorten blootstellingen van de zon. Extreme blootstelling vind je op gletsjers en in de tropen. Aanzienlijke blootstelling heb je op het strand of tijdens een lange activiteit buiten. En matige blootstelling heb je bij een bewolkte hemel of in de vroege ochtend/late namiddag.

    Op de juiste manier gebruiken

    Bij een juiste factor is het nog altijd noodzakelijk om het juist te gebruiken: 20 min voor het zonnen, elke 3 tot 4 uur opnieuw ... Indien je waterproof zonnecrème gebruikt, moet je na 40 minuten zwemmen opnieuw smeren.

  • Waarom voor steunkousen kiezen?

    Steunkousen zijn speciale kousen, die bovendien ook nog eens elastisch zijn. Vooral mensen met bijvoorbeeld spataderen, trombose of vocht in de benen gebruiken deze kousen om verdere verspreiding te voorkomen. Maar ze worden ook gebruikt om cellulitis tegen te gaan en af te slanken. Nog meer informatie nodig? Die vind je hieronder:

    Maar wat doen die steunkousen precies?

    Mensen die steunkousen dragen, hebben last van vocht in de benen of voeten. Dit zorgt voor een verdikking van het weefsel. Vaak komt dit voor in de onderbenen en dat vocht kan niet worden afgevoerd. Maar de steunkousen drukken het bloed in de aders weer naar boven. Het kan de benen verlaten in de richting van het hart. Door met een kous druk uit te oefenen op de bindweefsels van je benen krijgt het vocht niet de kans om uit de bloedvaten te komen en blijft je been dus slank.

    Voor wat worden steunkousen allemaal gebruikt ?

    Er zijn verschillende redenen om steunkousen te gebruiken:

    • Wanneer je een opstapeling van vocht in je benen hebt.
    • Wanneer je spataderen hebt.
    • Wanneer je een trombosebeen hebt.
    • Tijdens een zwangerschap

    Om cellulitis tegen te gaan, kan je ook speciale kousen dragen. Dankzij een innoverende masserende stof worden vrijwel alle toxines verwijderd waardoor de huid opnieuw glad voelt en tegelijkertijd centimeters van de buik, heupen en dijen wegsmelten. De compressie van de leggings stimuleert de bloedsomloop en houdt je benen dus mooi en gezond.

    Welke kousen zijn er en hoe gebruik je ze het best?

    Je vindt steunkousen terug in allerlei maten, zowel korte als lange kousen. De meesten die worden voorgeschreven zijn kousen tot op de knie, AD-kousen. Lange kousen reiken tot aan de lies en worden AG-kousen genoemd. Het voordeel van lange kousen is dat ze genoeg druk geven aan het bovenbeen. Een minder kantje is dan weer dat ze makkelijk afzakken en voor huidklachten zorgen in de plooi van je been.

    Jammer genoeg zijn de kousen niet de makkelijkste om aan - en uit te trekken. Vooral kousen met een hoge drukklasse zijn soms moeilijk om aan te doen, vooral voor oudere mensen. Een goede zet is om anderen te vragen om te helpen.

  • Hoe hou je een proteïnedieet vol?

    Een dieet volhouden is geen simpele opdracht. Je komt heel wat moeilijkheden tegen onderweg naar je doel, maar hoe blijf je gemotiveerd om door te zetten? Wij geven je enkele tips.

    Wat is een proteïnedieet?

    Als je een proteïnedieet volgt, is het de bedoeling dat je koolhydraten(suikers) en vetten uitsluit. Het hoog proteïnegehalte en het lage gehalte aan calorieën van de gerechten zorgt voor een snelle afname van de vetreserves, zonder hongergevoel of vermoeidheid met gewichtsverlies als resultaat. Met behulp van zakjes vervangproteïnen, probeer je zo weinig mogelijk koolhydraten naar binnen te spelen. De eerste dagen zijn het moeilijkst, omdat je je eetpatroon volledig omgooit. Maar om die eerste dagen door te komen, kan je bijvoorbeeld extra groentjes eten om je hongergevoel te stillen.

    Tips om je dieet vol te houden

    • Stel realistische doelen voor jezelf. De kilo's vliegen er niet op 1 week af, je moet zo'n dingen langzaam opbouwen. Begin daarom met een realistisch doel voor ogen te stellen.
    • Registreer je eetgedrag. Hou voor jezelf bij wat je allemaal eet op een dag, zo ben je extra streng voor jezelf.
    • Vind motivatie. Alleen met de juiste doelstelling en de juiste dosis motivatie, kan je bereiken wat je wil.
    • Ontzeg jezelf niet alles. Wees niet te streng voor jezelf, je mag af en toe eens zondigen. Zolang je maar niet overdrijft en niet hervalt in je slechte eetpatroon.
    • Drink veel water. Je verteert je eten beter en het geeft je een voller gevoel.
    • Eet langzaam. Hoe sneller je eet, hoe minder snel dat je een voller gevoel krijgt. Probeer ook aan tafel te eten, in plaats van voor de televisie.
    • Beweeg regelmatig. Als je gezond eet en voldoende beweegt, zal je sneller afvallen dan als je helemaal niet beweegt. Zoek een sport die je graag doet en waar je extra motivatie door krijgt.
    • Drink niet teveel alcohol. Alcohol bevat heel wat calorieën, dus probeer je gebruik te beperken.
    • Sla nooit je ontbijt over, het is de belangrijkste maaltijd van de dag
    • Probeer zoveel mogelijk thuis te eten en zelf te koken. Zo weet je exact wat je eet.
    • Weeg je niet elke dag, maar las een vast weegmoment in elke week.

  • Wat kan je doen tegen droge ogen? Enkele tips

    Iedereen wil mooi glanzende ogen, toch? Wel lastig als je dan droge ogen hebt. Droge ogen komen vaker voor bij vrouwen, vooral bij hormonale veranderingen zoals zwangerschap, pilgebruik of de overgang. Ook bij mensen boven de 50 jaar zijn de ogen wat droger, maar ook bij bepaalde medicijnen en aandoeningen, een verkeerd dieet en bij lensdragers. 

    Het gaat allemaal om de balans: voldoende productie van traanvocht met de juiste samenstelling maar ook voorkomen dat de tranen te snel verdampen. Die verdamping treedt bijvoorbeeld meer op tijdens warme winderige zomerdagen. Bij het gebruik van sommige medicijnen en aandoeningen zoals het syndroom van Sjögren worden er minder tranen geproduceerd.

    Traanvocht zorgt voor een glad en helder oogoppervlak, en dus voor mooi stralende ogen. Bij droge ogen is een risico op beschadiging van het oogoppervlak en op infecties.

    Wat kun je zelf doen aan droge ogen:

    • Vermijd droge en/of rokerige ruimtes
    • Gebruik de airconditioning minder of niet. Airconditioners maken de lucht droger.
    • Bescherm je ogen met een (zonne-)bril en hoofddeksel, vooral op warme, zonnige en/of winderige dagen
    • Eet voldoende vitamine A (zoals in lever, wortelen, broccoli)
    • Eet voldoende omega-3 vetzuren (zoals in vis, walnoten, plantaardige olie)
    • Speciaal voor lensdragers: goed reinigen van de lenzen, gebruik van dag lenzen of lenzen met een lager watergehalte of silicone hydrogel lenzen
    • Gebruik kunsttranen

    Kunstmatige traanvloeistof (kunsttranen) kun je net als andere oogdruppels in je ogen kunt druppelen. Ze blijven zo’n 3 tot 4 uur in het oog, dus daarna moet je weer druppelen. Mocht je geen kunsttranen bij je hebben dan kan even goed uitspoelen met schoon drinkwater ook voor kortere duur helpen. En lensdragers kunnen de lenzen een keer extra schoonmaken met lensvloeistof.

    Er zijn kunsttranen met en zonder bewaarmiddelen, ook wel genoemd conserveermiddelen. Hoewel oogdruppels zonder bewaarmiddelen gemiddeld duurder zijn, zijn we wel beter voor je oog. Dus als je kunsttranen langer gaat gebruiken is het beter om kunsttranen zonder bewaarmiddelen te kopen, dat voorkomt irritatie door de bewaarmiddelen. Let goed op de houdbaarheidstermijn die op het etiket staat, bij kunsttranen is dit vaak 3 tot 6 maanden.

    Net na het indruppelen van de kunsttranen kun je wat wazig zien, dus wel even een paar minuten wachten voordat je weer op je fiets stapt of gaat auto rijden.

    Mocht je langer last houden van droge ogen of zijn er andere klachten zoals irritatie, pijn of slecht(er) zicht, dan is het raadzaam je arts te raadplegen, zodat een eventuele lichamelijke oorzaak uitgesloten kan worden.